|
|

|
|
 
|
In 1973 moet het gaan gebeuren, Yamaha trekt weer eens ouderwets van leer met een echte fabrieksploeg. Jarno Saarinen en Hideo Kanaya worden afgevaardigd in de 250 en 500 cc klasse, en in de 125 cc klasse worden Kent Andersson en Charles Mortimer voorzien van fabrieksmateriaal. Jarno laat dit seizoen de 350 cc klasse schieten, om zich volledig op de nieuwe 500 te kunnen concentreren. Er wordt vooral veel verwacht van dit nieuwe wapen in de 500 cc klasse, de 4 cilinder OW20, welke Yamaha aan de fel begeerde 500 cc wereldtitel moet helpen. Voor de kwartliterklasse zijn volledig nieuwe machines gebouwd, met een uitzonderlijk laag gewicht. Door toepassing van lichtgewicht frames en veel magnesium onderdelen weet men het gewicht van de 250 cc machines op slechts 90 kg te brengen. Dit verklaart voor een groot deel de goede prestaties van de 1973 motoren, welke als typenaam OW17 krijgt. |
|
 |
LICHTGEWICHTEN
De OW17 heeft een geheel nieuw ontworpen rijwielgedeelte en motorblok, waarbij het blok bestaat uit een ingekort model van de YZ635, waarbij als het ware aan de achterzijde een stuk is weggelaten, n.l. het gedeelte waarin de toerentelleraandrijving was ondergebracht.
De carters zijn van magnesium vervaardigd, evenals de remnaven. In de carters zitten speciale lichtgewicht krukassen. De machines hebben een boring en slag van 56 x 50 mm, en hebben 34mm Mikuni carburateurs. De toerentelleraandrijving is verplaatst met een extra overbrenging op de waterpomp. Het vermogen bedraagt ongeveer 60 pk bij 12.000 tpm.
Verder zijn de schokbrekers van aluminium, evenals het rempedaal. De nieuwe frames van chroom-molybdeenstaal zijn speciaal gemaakt om het ingekorte blok op te nemen, zodat de swingarm ook dichter tegen de versnellingsbak kon worden geplaatst, wat de beweging van de ketting weer ten goede komt. Doordat het frame als het ware is ingekort, werd een iets langere swingarm toegepast om de gewichtsverdeling weer te compenseren. Het gewicht van de machine bedraagt slechts 90 kg. Al met al zijn het lichtgewicht fietsen, welke op diverse punten afwijken van de TZ-productieracers en de YZ635 van het vorige seizoen.
|

|

|
Op de foto's is goed de compacte bouw van het blok te zien, met de swingarm direct tegen het ingekorte blok. Ook is te zien hoe de toerenteller aandrijving op de waterpomp is geplaatst. De cilinders en koppen zijn uiterlijk gelijk aan de 500cc OW20 machine, echter zonder de reed-valve inlaat, aan de vorm en richting van de uitlaatbochten is dit ook goed te zien. Aan het begin van het seizoen wordt er nog met andere uitlaten geëxperimenteerd, wat te zien is aan de uitlaatbochten, welke vanaf Hockenheim niet meer uit de stroomlijn steken. Duidelijk een special, wat aantoont dat met de Yamaha's nog volop werd geëxperimenteerd, en de ontwikkelingen vooral in de gewichtsbesparing en frame geometrie werden gezocht. De machine boven is de 250 OW17 van Jarno Saarinen tijdens de eerste GP van het het seizoen op Paul Ricard, waar de beide Yamaha's meteen een klinkende 1-2 overwinning boeken.

De afgebeelde machine hiernaast betreft de 350 OW16 van Teuvo Lansivuori, welke wordt geprepareerd door fabrieksmonteur Vince French die de 350 cc machines (na Assen)onder zijn hoede had, zoals Ferry Brouwer de 250 cc van Saarinen onderhield.
Deze machine werd dat jaar voor het eerst tijdens de TT van Assen door Teuvo Lansivuori ingezet. De 350 cc OW16 had een boring en slag van 64 x 54 mm en leverde een vermogen van ongeveer 68 pk bij 11.000 tpm. Het gewicht bedraagt 96 kg.
Dit gewicht bedraagt 6kg meer dan de 250 machine, wat zou duiden op een zwaarder (stalen) frame of een zwaarder uitgevoerde krukas voor het extra vermogen van de 350.
|
STERK BEGIN VAN EEN TURBULENT SEIZOEN.
Met de Grand Prix van Frankrijk op het circuit van Paul Ricard, gaat op 22 april het seizoen 1973 van start. HET onderwerp van gesprek is dan het eerste optreden van de gloednieuwe Yamaha 500 fabrieksracer. Alles en iedereen is in afwachting of deze viercilinder tweetakt zijn hoge beloftes waar kan maken. Kennelijk waren de mensen van MV-Agusta ook nogal onder de indruk van de specificaties van dit nieuwe wapen, want in een persbericht verklaarde de fabriek dat er in 1973 niet onder fabrieksvlag aan het wereldkampioenshap wegraces werd deelgenomen. De gecontracteerde rijders Agostini, Read en Pagani moesten rijden met de machines van het vorige seizoen. Wel zouden de rijders de volledige medewerking krijgen van de fabriek. De dekmantel voor deze Italiaanse angst, was de metaalstaking waarmee ook de MV-fabrieken waren getroffen, en zodoende geen nieuw materiaal had kunnen produceren. Maar we zullen ons hier echter beperken tot de prestaties van Jarno Saarinen en Hideo Kanaya op de kwartliter OW 17.

 |
Paul Ricard
Bij de start van de 250 cc race werd al meteen duidelijk dat het de Yamaha mensen ernst was met hun ambities. Saarinen leid de wedstrijd van start tot finish, om uiteindelijk met een voorsprong van bijna een halve minuut op teamgenoot Kanaya als winnaar te worden afgevlagd. Achter de Yamaha's eindigde Renzo pasolini als derde, op 6 seconden van de Japanner. Duidelijk was wel dat de nieuwe luchtgekoelde H-D tweetakten veel tekort kwamen op de Yamaha machines. De verdere plaatsen werden in een felle strijd verdeeld onder de Fransen Patrick Pons (9) en Michel Rougerie (4), de Fin Teuvo Lansivuori (5), de Italiaan Roberto Gallina (6), en de Brit Chas Mortimer (7), allen op Yamaha TD3 productieracers.
|

 |
Salzburgring
Bij de Grand Prix van Oostenrijk op 6 mei op de Salzburgring, gaat Kanaya er vanaf de start als een speer vandoor en het duurt 3 ronden voor Saarinen zijn teamgenoot had achterhaald, en hem passeert. Jarno bouwde in de resterende race een voorsprong op van 13 seconden op Kanaya .
Hoe snel de fabrieks Yamaha's waren, bleek uit het feit dat zowel Jarno als Hideo ondanks de regen het gehele veld op een ronde zetten.
Renzo Pasolini moest op een vierde plaats liggend achter Chas Mortimer uitvallen met een nat geworden ontsteking. Vierde werd Lansivuori voor Dodds en Gallina.
|

 |
Hockenheim
De Grand Prix van Duitsland op het "Motodrom Hockenheim" op 13 mei gaf vanaf de start een geweldig duel te zien tussen de beide Finse matadoren Saarinen en Lansivuori, waarbij ze als aan een touwtje over het circuit denderden. Kanaya die een mindere start had zag toch kans om in de derde ronde aansluiting met de koplopers te krijgen en hen te passeren. Wat volgde was een adembenemend duel tussen de 3 kemphanen, waarbij voortdurend van positie werd gewisseld, totdat Jarno het welletjes vond en er als een haas vandoor ging, door niets of niemand te volgen. Aan de finish had de Fin zelfs een voorsprong van ruim 20 seconden op Kanaya en ruim 30 op Lansivuori. Vierde werd Dieter Braun voor Jansson en Grassetti.
|

 |
Monza
De Grand Prix van Italie op het circuit van Monza 20 mei 1973 zou een van de meest dramatische dagen in de motorsport worden. In de 250 cc race ontstaat direct na de start een massale valpartij, welke het leven zou kosten van Jarno Saarinen en Renzo Pasolini. Na het fatale ongeluk ontstond er een enorme chaos op en rond het circuit, door falen van de “raceleiding” en baancommissarissen kwam de hulpverlening aan de gevallen rijders traag op gang.
Helaas voor Saarinen en Pasolini was er geen hulp meer mogelijk……. Over de oorzaak van het gebeurde bleef lange tijd een groot vraagteken hangen. De juiste toedracht zou pas jaren later bekend worden, nl. dat de Harley-Davidson van Renzo Pasolini is vastgelopen, en hierdoor ten val was gekomen met tragische gevolgen.
Over het ongeluk is heel veel geschreven, en er zijn meerdere theorieën aangegeven, maar feit is dat de Italiaanse onderzoekscommissie in eerste instantie de zaak op Italiaanse manier heeft proberen te verhullen, terwijl de ware oorzaak bij hen reeds lang bekend was
|
|
HOE NU VERDER..... KANSEN VOOR LANSIVUORI.
Na het diepbetreurde ongeval keert de Yamaha fabrieksploeg inclusief machines huiswaarts, en uit respect voor de omgekomen Jarno trekt de fabriek zich officieel terug uit de 250 en 500 cc klasse. Andersson en Mortimer, die min of meer privé met fabrieksmachines inschrijven blijven over.
|
Teuvo Lansivuori, vriend en landgenoot van Saarinen wil stoppen met de racerij, maar wordt door de teammensen op andere gedachten gebracht.Hij heeft op dat moment nog een goede kans op de 250 en 350 cc titel.
Yamaha verstrekt hem vanaf Assen fabrieksmachines met monteurs, onder de vlag van de Finse importeur Arwidson.
Het betreffen de 250cc OW17 en de 350cc OW16.
|
|

|
Teuvo wint met de kwartliter OW17 in België en Finland, en word derde in Tsjecho-Slowakije. Met de 350 OW16 wint hij in Tsjecho-Slowakije en Zweden, en word derde in Assen na een adembenemend duel met Agostini en Read. Hij nam in zijn bekende stijl vanaf de start een voorsprong op de beide MV's, maar moest in de 13e ronde met een onwillige versnellingsbak* (officiele lezing) de beide MV's laten passeren. * de werkelijke reden was een gebroken frame.
|
 |
 |
|
 |
De lichtgewicht machines zijn zeer snel, maar ook erg kwetsbaar geworden door de gewichtsbesparingen in combinatie met het extra vermogen, in het bijzonder zijn de krukassen erg fragiel en breken snel, zodat deze erg vaak moeten worden vervangen. Ook scheuren de magnesium carters aan de cilindervoet door de motortrillingen. De machines gaven niet het succes waarop men had gehoopt.
Teuvo Lansivuori wordt in het gebroken seizoen 1973 net geen wereldkampioen, hij eindigt in beide klassen als tweede in de eindstand om het wereldkampioenschap. In de 250cc achter Dieter Braun op een TD3 en later in het seizoen een TZ250. En in de 350cc achter Giacomo Agostini op de MV-Agusta
|
Aan het eind van het seizoen rijdt Teuvo ook de OW20 500cc viercilinder in enkele wedstrijden in Engeland onder dezelfde Arwidson vlag. Bij zijn eerste optreden tijdens de training van de befaamde "Race Of The Year", moet hij nog duidelijk aan het vermogen wennen, en crasht met de machine zodanig dat deze volledig onbruikbaar is geworden. Gelukkig heeft dit geen gevolgen voor Teuvo en zijn samenwerking met Yamaha, want hij krijgt voor zijn gedegen optreden dit jaar een fabriekscontract voor 1974 aangeboden.
  
|
Technische gegevens 250 Yamaha OW17.
- Nieuw ingekort blok met magnesium carters
- Lichtgewicht krukas.
- Boring en slag 56 x 50 mm.
- 34mm Mikuni carburateurs.
- CDI ontsteking.
- 6 versnellingen.
- Chroom-molybdeen stalen frame.
- Aluminium schokbrekers en rempedaal.
- Magnesium remnaven.
- Vermogen (ongeveer) 60 pk bij 12.000 tpm.
- Gewicht 90 kg.
-
De 350 OW16 welke vlak voor de TT van Assen vanuit Japan wordt overgevlogen is een 350 blok in het lichtgewicht frame van de 250 cc OW17.
Overige technische gegevens 350 Yamaha OW16.
- Boring en slag 64 x 54 mm.
- 34mm Mikuni carburateurs.
- Vermogen (ongeveer) 68 pk bij 11.000 tpm.
- Gewicht 96 kg.
-
|
|