 De Yamaha YZ634 uit de Ferry Brouwer collectie |



 |
Als de grotere broer van de kwartliter YZ635, staat de 350cc YZ634 te boek als de voorloper van een zeer succesrijke serie racers welke de gehele racerij tot het eind van de 70'er jaren zou gaan beheersen. Het waren de preproductie machines van de watergekoelde TZ350 productieracers, welke in september van 1972, en de TZ250 in juni van 1973 voor iedereen te koop zouden zijn.
De 250 en 350cc machines zijn qua opbouw volkomen identiek aan elkaar, inclusief de rijwielgedeeltes, en bestaan dan ook voor 95% uit dezelfde onderdelen. De verschillen zitten behalve in de cilinderinhoud, in de primaire aandrijving, en de uitlaten. Uiterlijk zijn de verschillen dan ook bijna niet waarneembaar, m.u.v. de iets langer voorbij de achteras doorlopende uitlaten van de 350 YZ634.
De fabriek heeft de eerste twee watergekoelde machines begin '72 in eerste instantie beschikbaar voor Jarno Saarinen en Hideo Kanaya, maar naar gelang het seizoen verloopt komen er meerdere rijders in het bezit van de waterkoelers. De machines zijn direct zeer succesvol, en blijken een regelrechte bedreiging voor de MV Agusta hegemonie van de voorgaande jaren.
Jarno Saarinen slaagt er in om al in de eerste paar Grand Prix De MV's te verslaan. Dat dit bij de MV mannen hard aankomt is moge duidelijk zijn. Had men in de voorgaande jaren alleen kunnen volstaan met het uit de trailer laden, afstoffen, benzine erin gooien en vervolgens weer een overwinning bij te boeken, ditmaal was de boodschap duidelijk overgekomen, en moest er in allerijl aan een opvolger van de 350 driecilinder worden gewerkt.
Ook werden er vanwege het succes in de 350cc klasse, enkele 350 Yamaha's opgeboord, om in de 500cc klasse uit te kunnen komen. Rod Gould en Chas Mortimer rijden er mee, en de laatste wint er zelfs nog een GP mee.
|
 |
De YZ634 heeft een boring en slag van 64 x 54 mm zoals ook de TZ350 die later dat jaar uitkomt, die heeft. De fabrieksmachines hebben een speciale cilinder, kop en uitlaten. Verder aluminium schokbrekers, een aluminium rempedaal, een stuurdemper en een magnesium voornaaf welke zwart is gespoten. De motor wordt gevoed door 34 mm mikuni carburateurs. Er zijn 6 versnellingen aan boord en electronische ontsteking. De motor levert 64 pk bij 11.000 tpm. en heeft een gewicht van 107 kg. De frames zijn vrijwel volledig van de standaardmachines afgeleid.
Voor de 500 cc klasse wordt de YZ634A ingezet, een opgeboorde uitvoering van de 350 machines. Deze machine heeft een boring en slag van 64,5 x 54 mm en heeft 36 mm mikuni carburateurs, en levert 66 pk bij 11.000 tpm. Rodney Gould en Charles Mortimer zetten deze machine in en Mortimer wint er dat jaar de GP van Spanje mee. De watergekoelde fabrieksracers zijn herkenbaar aan de blauwe bies op de stroomlijn.
|
|
KLEINE KRACHTPATSER
Na een flitsende start in de eerst twee Grand Prix van 1972 blijkt MV Agusta toch op tijd een antwoord op deze vernederende seizoenopening te hebben, in de vorm van een nieuwe 350cc viercilinder. De combinatie Ago-MV blijkt dat jaar toch nog te sterk voor de Yamaha twins. Agostini wint ondanks de vele pech dat jaar zijn twaalfde wereldtitel met nog twee GP's te rijden, alsof er niets gebeurd was.
De 350cc fabrieksmachines blijken in 1972 ware giant-killers op de Europese circuits. Saarinen rijdt dat jaar verschillende Internationale big-money races, hij komt in Engeland in negen wedstrijden uit, en wint ze allemaal, waaronder de befaamde "Race of the Year" op het befaamde Mallory Park tussen alle 750cc zware kanonnen van Kawasaki, Harley-Dividson, Triumph en Norton.
Op zijn watergekoelde fabrieks Yamaha verslaat Saarinen niet alleen de sterkste groep rijders die ooit in een enkele race van start gingen, maar hij verpulverde ook het dan al 5 jaar bestaande ronderecord van Mike Hailwood. Dat record werd destijds gevestigd met de 350 cc Honda zescilinder, waar zelfs Agostini met de 500cc MV Agusta in de volgende jaren niet in staat blijkt te evenaren, laat staan verbeteren. Maar Saarinen verbreekt het record keer op keer en haalde uiteindelijk 1,4 seconde van het ronderecord af.
De zware 750 en 500cc machines blijken eenvoudigweg niet tegen de veel kleinere, lichte en beter handelbare 350cc Yamaha's te kunnen opboksen, wat ook duidelijk in de rondetijden blijkt. De 350cc is op dat moment de snelste raceklasse van allemaal. De combinatie Saarinen -Yamaha blijkt bijna niet te verslaan, en de Fin maakt dat jaar dan ook een ongelofelijke doorbraak in de gehele racewereld, en verwerft hiermee de bijnaam "De vliegende Fin" .
  
|
F-750 series
Vanaf 1972 begonnen Suzuki en Kawasaki met hun 750 cc driecilinders, gebaseerd op hun standaard straatmotoren in de AMA National Championships competitie en de FIM Formula 750 races. Een raceklasse tot 750cc welke alleen was voorbehouden aan gehomologeerde machines vanuit de verschillende merken standaardmotoren, zoals Harley-Davidson, Honda, Triumph, Norton, BSA, Ducati enz. Yamaha was hier niet op voorbereid, omdat het op dat moment geen dergelijke zware motoren bouwde. Men had wel net een viertakt programma opgestart met de 650 cc XS-1 als top model, maar deze zou bij lange na niet zijn opgewassen tegen de veel sterkere en sportievere 750 ers van de concurrentie.
Dat men had gekozen voor een viertakt lijn was te wijten aan de ontluikende verkoop op de Amerikaanse markt, men had een Triumph Bonneville kloon gebouwd om hiermee een start te maken. Het blijkt echter een politieke keuze van het Yamaha Management, omdat men in 1971 als antwoord op de 750cc tweetakten van Suzuki en Kawasaki met een zeer innovatieve viercilinder tweetakt de GL750 op de Tokio Show verschijnt, om de concurrentie een gepast antwoord te geven. Na afloop van de Show keert het GL750 prototype terug naar de fabriek in Hammamatsu, om nooit weer terug te worden gezien.
  
Men had echter het plan om met een 750 cc viercilinder tweetakt deel te nemen aan de Amerikaanse en Europese 750 series. De TZ700 welke eind 1971 al op de tekentafel stond moest het antwoord worden voor de F-750 series. Maar aangezien de Yamaha TZ700 als een volwaardige racemachine was ontworpen, en dus niet van enig standaard model afgeleid was, moest Yamaha met behulp van de Japanse Federatie de homologatie van de TZ700 bij de FIM zien te bewerkstelligen. Na vele lange discussies werd besloten dat de viercilinder tweetakt werd toegelaten tot de F 750 series vanaf 1973, nadat er een serie van 200 stuks was gebouwd.
Omdat de fabriek op dat moment de handen al vol had aan de ontwikkeling van nieuwe 500 cc OW20 viercilinder, en de productie van de watergekoelde TZ350 een aanvang begon te nemen, was het onmogelijk om voor 1973 al een 750cc machine gereed te hebben. Als productieracer was de TZ350 de aangewezen mogelijkheid om aan de F-750 series deel te nemen, ze werden immers op dat moment in serie gebouwd.
|

 |
DAYTONA 200
In maart 1973 vertrekt een fabrieksploeg vanuit het Yamaha hoofdkwartier in Amsterdam naar Daytona, om de overwinning van Don Emde in het vorige jaar te herhalen, ditmaal echter als officieel fabrieksteam. Het team bestaat uit Jarno Saarinen, Kel Carruthers en Kenny Roberts, en opereert volledig in de Amerikaanse teamkleuren. De zeer prestigieuze Daytona 200 is voor Yamaha dan ook van groot belang voor de steeds groeiende Amerikaanse motorenmarkt.
De machines zijn de watergekoelde TZ350 met een door Yamaha opgegeven vermogen van 65 pk bij 10.500 tpm. wat gezien de fabrieks politiek wel een paar pk's meer zullen zijn geweest. Maar in ieder geval snel genoeg om een klinkende overwinning van Jarno, en een tweede plaats voor Kel Carruthers te behalen.
|
|
   |
IMOLA 200
Terug in Europa wint Jarno ook de Imola 200 race met de TZ350, waarmee het potentieel van de "kleine Yamaha", en de stuurmanskunst van de Fin royaal waren aangetoond. Na deze "uitstapjes" vooraf aan het komende Grand Prix seizoen laat Saarinen de 350 cc klasse voor wat het is, om zich volledig te concentreren op de 250 en 500 cc klasse van 1973. Yamaha had hiermee tevens de laatste twijfel bij de h.h.coureurs weggenomen om een TZ350 aan te schaffen voor het nieuwe seizoen. De watergekoelde 350 was vanaf september 1972 voor iedereen beschikbaar. Het werd dan ook een kassucces voor de komende jaren.
|
|