|
1972-1975 Yamaha 125 YZ623 |
|
|
|


 |
Toen Yamaha zich eind 1968 officieel terugtrok uit de racerij, brak de tijd aan voor de prive'rijders en de productieracers, waarmee de fabriek reeds in 1963 een aanvang had gemaakt met de bekende 250 cc TD1.
Doch het duurde tot 1969 tot er ook voor de 125 cc klasse een productieracer beschikbaar kwam. In dat jaar gaat het nog maar om 4 exemplaren, maar de volgende jaren is de TA125 voor het grote publiek beschikbaar.
Ook was een speedkit beschikbaar voor montage op de standaard YAS1, waarvan deze productieracer was afgeleid.
De productie TA125 had een boring en slag van 43 x 43 mm, was luchtgekoeld en had 5 versnellingen. Het rijwielgedeelte stamde ook regelrecht af van de YAS1. De machine produceerde 24 pk bij 12.500 tpm.
|
|
|
1971
|
|
In 1971 hebben Kent Andersson en Rod Gould de beschikking over een luchtgekoelde volwaardige raceversie van de TA125 de YZ623, welke beschikt over elektronische ontsteking een zesbak en 28 mm carburateurs en een meer aangepast frame. Het machientje heeft nu de vering en remmen van de "oude" RA31 viercilinder gekregen. Het vermogen wordt opgegeven als 33 pk bij 13.000 tpm. Gould voelt zich niet zo thuis op een 125 en wil zich concentreren op de zwaardere klassen, en zijn 250 cc titel verdedigen. Zijn machine wordt op het Eiland Man aan Charles Mortimer beschikbaar gesteld, en hij wint ermee zijn eerste GP. Mortimer rijdt er de rest van het jaar mee en behaalt een 5e plaats in de eindstand om de wereldtitel. Maar het machientje blijkt dat jaar niet opgewassen tegen de snelle Derbi van Angel Nieto, en de ex-fabrieks Suzuki van Barry Sheene
|
1972
In 1972 pakt Yamaha de zaken serieus aan, een zestal coureurs wordt officieus door de fabriek en officieel door de belangrijke Europese importeurs van materiaal voorzien. Het gaat om Jarno Saarinen, Kent Andersson, Rodney Gould, Charles Mortimer, Barry Sheene en Hideo Kanaya. Behalve de al bekende luchtgekoelde motoren zijn nu voor het eerst watergekoelde machines beschikbaar. In de 125 cc klasse kunnen Andersson en Mortimer aantreden met een watergekoelde tweecilinder, de YZ623a. De boring en slagmaten wijken af van de 43x43 mm van de standaardmachine, en zijn gelijk aan de RA97 fabrieksracer uit de jaren 1964 en '65, nl. 44 x41 mm.Achterop de cilinders zitten 28 mm carburateurs en er zijn 6 versnellingen aan boord. Het frame is gelijk aan het model van vorig jaar, terwijl de motor ter verbetering van de rijeigenschappen iets hoger en verder naar voren in het frame gehangen is. Een vermogensopgave wordt niet gegeven, maar 35-36 pk bij 14.000 tpm. zal er niet ver naast zitten. Angel Nieto op Derbi wordt wereldkampioen met Andersson en Mortimer als nummer twee en drie.
1973
In 1973 krijgen Kent Andersson en Charles Mortimer volledige Fabriekssteun. De 125 cc machines YZ623c ( OW15 ) zijn ten opzichte van de modellen van vorig jaar slechts weinig veranderd. Bij 15.000 tpm. wordt 37-38 pk ontwikkeld. Na het noodlottige ongeval in Monza, waar Jarno Saarinen en Renzo Pasolini dodelijk verongelukken, gaat de fabrieksploeg van Yamaha inclusief machines weer huiswaarts. Andersson en Mortimer blijven over, en gaan min of meer als privé-rijders door. Andersson wordt wereldkampioen met Mortimer als tweede, een echt Yamaha succes, terwijl met miniem verschil Jos Schurgers op zijn eigenbouw Bridgestone derde wordt. Een prestatie die op zijn minst net zo hoog moet worden aangeslagen.
|

 |
Voor 1974 zijn Kent Andersson en Bruno Kneubuhler van de partij met fabrieksmachines, welke enige verbeteringen hadden ondergaan t.o.v. het voorgaande model. Hiermee kwam het vermogen op ongeveer 40 pk bij 14.500 tpm.
De Zweed was niet alleen een goede coureur, maar ook een zeer begaafde technicus. De ontwikkeling van de machines werd voor een groot deel door Andersson zelf gedaan, evenals het onderhouden van de machines tijdens het seizoen.
Het seizoen 1974 leverde Andersson 5 Grand Prix overwinningen en 2 tweede plaatsen op, wat genoeg was om zijn tweede wereldtitelte veroveren. Bruno Kneubuhler werd tweede voor Angel Nieto op Derbi, waarmee werd bewezen dat de Yamaha YZ623 met Andersson voor het tweede achtereenvolgende jaar ongenaakbaar was voor de concurrentie. Niet slecht voor een eenvoudige zuigergestuurde tweetakttwin.
|
1975
|
|
In 1975 werd op dezelfde basis door Andersson voortgeborduurd, maar de combinatie bleek vanaf dat jaar bij lange na niet opgewassen tegen de oppermachtige Morbidelli's van Pileri en Bianchi, welke door de duitse technicus Jorg Muller zodanig snel waren gemaakt dat ze bijna het gehele seizoen als een en twee over de finish kwamen. Deze hegemonie van Morbidelli zou de komende jaren nog voortduren, wat door Andersson al werd voorzien en aan het eind van dat jaar een punt achter zijn carrière zette. Kent Andersson trad later als technicus in dienst van Yamaha, en was later nauw betrokken bij de ontwikkeling van het befaamde 350-3 cilinder project.
|
Technische Gegevens Yamaha YZ623 (OW15)
| Motor |
Watergekoelde zuigergestuurde tweecilinder 2 - takt |
| Boring en Slag |
44 x 41 mm |
| Cilinderinhoud |
124.6 ccm |
| Vermogen |
ca. 40 pk bij 14.500 tpm. |
| Ontsteking |
Hitachi CDI |
| Versnellingen |
6 versnellingen |
| Chassis |
Stalen buizenframe ( Yamaha ) |
| Voorvering |
32 mm telescoopvork Yamaha |
| Achtervering |
2x Yamaha shocks |
| Balhoofdhoek |
26,5 graden |
| Wielbasis |
1230 mm |
| Gewicht |
75 kg incl. olie en water |
| Gewichtverdeling |
50 / 50 voor/achter |
| Remmen voor |
200 mm (two leading shoe) trommelrem |
| Remmen achter |
200 mm (single leading shoe) trommelrem |
| Wielen / Banden voor |
2.50 x 18 Michelin op gespaakte aluminium velg |
| Wielen / Banden achter |
2.75 x 18 Michelin op gespaakte aluminium velg |
| Topsnelheid |
220 km / uur |
| Bouwjaar |
1972 en 1973 met in totaal 4 updates |
|
|
|
|
| |
|
|
Laatst aangepast op zaterdag 23 juli 2011 19:00 |